Eerste Hulp Bij Opzegging

Heeft u zich net lekker in uw kantoor op uw bureaustoel neergevlijd en de laptop geopend voor een nieuwe werkdag, komt uw secretaresse ineens aanzetten met een opzeggingsbrief van uw verhuurder. Help. Wat nu?! De huurovereenkomst van 230a-bedrijfsruimte eindigt betrekkelijk eenvoudig

Indien u een kantoorruimte huurt, dan valt het gehuurde onder de werking van artikel 7:230a BW. Huurovereenkomsten betreffende zogenoemde 230a-bedrijfsruimte kunnen helaas betrekkelijk eenvoudig door een verhuurder worden beëindigd. Uw verhuurder kan de huurovereenkomst met u namelijk simpelweg beëindigen door de huurovereenkomst schriftelijk op te zeggen en daarbij de contractuele opzegtermijn in acht te nemen.

Wat daarbij echter wel van belang is, is dat uw verhuurder bij de opzegging ook schriftelijk de ontruiming aanzegt. Dat houdt in, dat uw verhuurder in de opzeggingsbrief een datum dient te bepalen waarop u het gehuurde moet hebben ontruimd. Het tijdstip waartegen de ontruiming wordt aangezegd, mag niet liggen vóór het tijdstip waartegen wordt opgezegd. Laat uw verhuurder de ontruimingsaanzegging achterwege, dan hoeft u geen enkele actie te ondernemen. U kunt dan afwachten tot uw verhuurder de ontruiming alsnog correct aanzegt.

Ontruimingsbescherming

Is de ontruiming wel correct aangezegd (lees: expliciet, uitdrukkelijk, ondubbelzinnig én schriftelijk), wees ook dan niet meteen getreurd. Uw verplichting om het gehuurde te ontruimen, wordt in dat geval namelijk van rechtswege met twee maanden opgeschort. Deze schorsingsperiode loopt af ná de datum waartegen de ontruiming is aangezegd. Indien de huurovereenkomst bijvoorbeeld is opgezegd tegen 1 mei én tegen deze datum ook de ontruiming is aangezegd, dan loopt de schorsingsperiode af op 31 juni. Nog een schrale troost: u kunt de kantonrechter vervolgens binnen deze termijn verzoeken de schorsing van de ontruimingsverplichting te verlengen.

Laat u een (tijdig) schorsingsverzoek bij de kantonrechter achterwege, dan wordt de ontruimingsverplichting na afloop van de tweemaandenperiode definitief. Indien u wel binnen deze termijn een schorsingsverzoek bij de kantonrechter indient, zal de kantonrechter beoordelen of, en zo ja op welk moment, de huurovereenkomst eindigt en of u tot ontruiming moet overgaan. De kantonrechter zal bij zijn oordeel de belangen van u en uw verhuurder tegen elkaar afwegen. Enkel indien uw belangen door de ontruiming ernstiger worden geschaad dan die van de verhuurder bij voortzetting van het gebruik, wordt de ontruimingsperiode verlengt. De verlenging bedraagt dan maximaal één jaar (te rekenen vanaf het eindigen van de huurovereenkomst). De schorsingstermijn kan na de eerste verlenging nog tweemaal worden verlengd, telkens met één jaar, waarbij u als huurder steeds het procesinitiatief moet nemen. In het meest gunstige geval kan de ontruiming dus in totaal met drie jaar worden verlengd.

Zolang de schorsing voortduurt, betaalt u een gebruiksvergoeding

Indien de kantonrechter het schorsingsverzoek toewijst, hebben u en uw verhuurder gedurende de schorsingsperiode in beginsel dezelfde rechten en plichten als in het geval van voorzetting van de huurovereenkomst. Echter is er in de schorsingsperiode geen sprake meer van huur, nu de huurovereenkomst door de opzegging wel rechtsgeldig is geëindigd. U betaalt in dat verband gedurende de schorsingsperiode een vergoeding voor het genot/gebruik van de zaak en dus geen huurpenningen meer.

Zijn of worden u en uw verhuurder het samen niet eens over de hoogte van de gebruiksvergoeding, dan stelt de kantonrechter deze vergoeding vast op een, gezien het huurpeil ter plaatse, redelijk bedrag. Dit bedrag kan dus ook hoger uitvallen dan het bedrag dat u nu betaalt, neemt u daar notie van bij uw afweging om al dan niet een schorsingsverzoek in te dienen. Om op voorhand een idee te krijgen hoe hoog een mogelijke gebruiksvergoeding voor u gaat uitvallen, kunt u bijvoorbeeld een lokale makelaar raadplegen.

Indien het verlengingsverzoek wordt afgewezen

Mocht de kantonrechter het verlengingsverzoek afwijzen, dan bepaalt de rechter de termijn waarbinnen u tot ontruiming moet overgaan. Dit tijdstip kan later komen te liggen dan het vóór het indienen van het verlengingsverzoek geldende ontruimingstijdstip.

Tegen een beschikking van de kantonrechter aangaande de ontruimingsbescherming staat in beginsel geen hoger beroep of cassatie open.

Uitgelicht
Recente Artikelen